
t Is weer tijd om uit te varen....
‘t Is weer tijd om uit te varen....
Maar eerst gaan we onze netten klaren
Dan moeten wij gaan door weer en door wind;
Er fier op uit voor vrouw en voor kind.
Gooi los het schip: wij gaan aan wal.
Ja, zelfs de reder, die weet het al:
Vandaag is het de uitvaardag
Hij groet ons met een gulle lach,
En zegt: “ Laat mij niet in de steek,
Want ik verwacht jullie weer volgende week.
Het liefst dan wel vol en zoet,
Want jullie weten wel hoe of het moet!“
De haring snel aan wal gebracht
Daar wordt het meest aan opgebracht.
Maar...de vissersvrouw staat heel alleen.
De reder kijkt daar overheen....
‘s Avonds als zij haar deuren sluit,
Dan kijkt ze eerst het raampje uit.
En ziet zij dan een zwarte lucht,
Met donk’re wolken op de vlucht,
Dan prevelt ze zacht voor haar uit
“ Waarom moest hij toch weer het zeegat uit? ‘
Wordt er dan nooit eens rekening gehouden,
Met al die bezorgde zeemansvrouwen?
Maar nee, daar is de tijd niet voor
Het zeemansleven, dat gaat dóór!
Zodat zij met stormen en met wind,
Haar troost gaat zoeken met haar kind.
Want als dat spelend loopt door ‘t huis,
Vraagt ‘t: “Mamma, wanneer komt vader thuis?
Maar als het schip dan volgelaân,
Gezegend weer op huis kan gaan,
Dan staat moeder op de kaden.
Het schip komt dan volgeladen,
De veil’ge haven weer binnen varen.
Zo gaat het dan ook al die jaren....
Het is dan feest voor groot en klein.
Want kaken en zouten, dat kwam dán te pas.
Daar was Willem Beukelszoon nog zo van in z’n sas!
Wat kan men dan gelukkig zijn....
Een ieder roept dan wellekom !!
Maar de zeeman, z’n vingers, die staan krom....
Maar na soms een vierentwintig uur,
Begint voor hem weer ‘t avontuur.
Eén dag langer thuis, dat kost je centen.
Dán kun je liever de haring uit gaan venten!
Dát is voor de zeeman dan ook niet pluis:
Want toch: de visserman hoort op het water thuis
Corrie Hartevelt Roos