vrijdag 26 juni 2015

Zee




Als ik loop langs het strand
moet ik altijd dicht bij de zee zijn
ik loop dan heel aan het randje
en zij streelt mijn voeten
zij betast ze, of ze mijn blinde moeder is

de zee was groot
ze was vol witte koppen vanmorgen
want het waaide hard
overal danste het schuim
de golven waren boos en trots
ze sprongen als valse wolven
en toonden hun witte tanden
maar ik was rustig en stond hoog in de wind
ik stond als een oude koning
als ik zie over zee ben ik sterk en machtig
en mijn tanden staan vast op elkaar

het arme schuim is bang en wit
en het ligt almaar te bibberen aan het strand
daar heeft de zee het gebracht
nu kan het niet verder en ligt te sterven
het wil altijd nog hoger het strand op
daar zou het gauwer sterven



J.C. van Schagen

vrijdag 3 april 2015

Uit de bundel De oude kustlijn



En ‘t avondland na’t avondeten
– de vaders in het gras gezeten
aan het kanaal dat nauwlijks stroomde
maar zachtjes smakte langs de kant.
En dat het stil werd over ‘t land,
de zee zich meer en meer liet horen
soms overstemd door kinderkoren
‘blijf zitten waar je zit en verroer je niet!’
Een ijl en toch doordringend lied –
het einde van een zomerdag.
Gewassen, haar gekamd, in bed gelegd
nog één verhaaltje, nog en nóg een kus,
raam open en gordijnen bijna dicht
en buiten in de straat nog lokkend licht,
voetstappen, af en toe helder gelach
‘t gerekte roepen van een kindernaam
die eenzaam zoekend in de lucht bleef hangen
en ons benauwde tot een antwoord kwam –
ons fluistrend praten, lang, van bed naar bed
dan ‘t stille kijken naar ‘t vuurtoren-licht
dat streek langs het nu donkere plafond.
De witte, zachte vingers, regelmatig
draaiend en dovende en keer op keer,
wisten de dag en veegden ons in slaap
– swish, swish-

M. Vasalis.

M. Vasalis (1909 -1998) is als 4 jarige met haar ouders verhuisd naar de Kraneburgweg 24. Het vuurtoren licht was haar dus niet vreemd.
Foto copyright rijksmuseum.nl, 2 jongens op het strand van Scheveningen, James Higson 1904.

dinsdag 31 maart 2015

Stormwind



Stormwind giert langs strand en duinen
grote golven rollen af en aan
gaat men naar dit schouwspel kijken
ziet men er vaak die oude zeelui staan.
Terwijl zij daar, de ogen turend,
naar de schepen ver in zee.
Ik weet, want als je in hun hart kon kijken,
zij leven met die mensen mee.
Deze mensen vaak bejaard al
met in hun oren nog het golfgeruis.
Vele van die oude vissers, wonend nu
in een bejaardenhuis
Zij die eens de zee trotseerden
in zomer en in winterkou
om daar de kost te gaan verdienen,
voor hun gezin, kinderen en vrouw.
Eerbied voor die oude vissers
voor wie de laatste dagen slaan.
Respect voor hen, die in deze dagen,
voor het dagelijks brood de zee op gaan.
Ik weet dat in die gezinnen steeds
onafgebroken aan hen wordt gedacht.
Wens ik alle vissersmensen

Behouden vaart en goede wacht.

Jaap Knoester alias de Zeearend
Afbeelding@ toekomstscheveningenbad.nl
houtgravure van E de R naar W.M. Ulffert.

vrijdag 27 maart 2015

Draailicht van Scheveningen




Ze schittert elke nacht,
mijn plafond is haar dansvloer, haar ritme wiegt me.
Zware kinderogen vallen toe,
haar vertrouwde stralen waken over mij.
Ik kan veilig op weg naar een nieuwe morgen.

Renga


Afbeelding met dank aan © allesoverscheveningen.nl


woensdag 25 maart 2015

Scheveningen, ik mis je



Scheveningen .....ik mis je
Vier seizoenen lang
De heimwee naar jou ...het maakt mij soms bang
Ik mis het krijsen van de meeuwen ,
De schelpen op het strand
Met mijn liefje lopen langs de waterkant
De geur van de haven ...het ruisen van de zee ......
Scheveningen ....in mijn hart neem ik je overal met mij mee

Roos van Eck

zondag 4 maart 2012

De Visserman



t Is weer tijd om uit te varen....
‘t Is weer tijd om uit te varen....
Maar eerst gaan we onze netten klaren
Dan moeten wij gaan door weer en door wind;
Er fier op uit voor vrouw en voor kind.
Gooi los het schip: wij gaan aan wal.
Ja, zelfs de reder, die weet het al:
Vandaag is het de uitvaardag
Hij groet ons met een gulle lach,
En zegt: “ Laat mij niet in de steek,
Want ik verwacht jullie weer volgende week.
Het liefst dan wel vol en zoet,
Want jullie weten wel hoe of het moet!“
De haring snel aan wal gebracht
Daar wordt het meest aan opgebracht.
Maar...de vissersvrouw staat heel alleen.
De reder kijkt daar overheen....
‘s Avonds als zij haar deuren sluit,
Dan kijkt ze eerst het raampje uit.
En ziet zij dan een zwarte lucht,
Met donk’re wolken op de vlucht,
Dan prevelt ze zacht voor haar uit
“ Waarom moest hij toch weer het zeegat uit? ‘
Wordt er dan nooit eens rekening gehouden,
Met al die bezorgde zeemansvrouwen?
Maar nee, daar is de tijd niet voor
Het zeemansleven, dat gaat dóór!
Zodat zij met stormen en met wind,
Haar troost gaat zoeken met haar kind.
Want als dat spelend loopt door ‘t huis,
Vraagt ‘t: “Mamma, wanneer komt vader thuis?
Maar als het schip dan volgelaân,
Gezegend weer op huis kan gaan,
Dan staat moeder op de kaden.
Het schip komt dan volgeladen,
De veil’ge haven weer binnen varen.
Zo gaat het dan ook al die jaren....
Het is dan feest voor groot en klein.
Want kaken en zouten, dat kwam dán te pas.
Daar was Willem Beukelszoon nog zo van in z’n sas!
Wat kan men dan gelukkig zijn....
Een ieder roept dan wellekom !!
Maar de zeeman, z’n vingers, die staan krom....
Maar na soms een vierentwintig uur,
Begint voor hem weer ‘t avontuur.
Eén dag langer thuis, dat kost je centen.
Dán kun je liever de haring uit gaan venten!
Dát is voor de zeeman dan ook niet pluis:
Want toch: de visserman hoort op het water thuis

Corrie Hartevelt Roos